home

Ervaringen van Masters

Ervaringen van Masters (fragmenten uit het boek Meesterschap in complexe ontwikkelingen)

Karel Noordzij, o.a. voormalig directeur Schiphol, als master optredend sinds 2008:
Over zijn rol als master: ‘Mijn rol als master is het terugkoppelen van mijn reflecties op zowel de werkinhoud als de persoon van de deelnemers. Dit werkt omdat het situationeel is. Als master ga ik coachend te werk, zodat ze zelf hun volgende stap bedenken. Pas dan is er eigenaarschap. Vervolgens geef ik ook, soms confronterend, mijn mening over wat ze zouden moeten doen. Door de mastercircles gaan deelnemers zich realiseren dat ze veel doelgerichter kunnen werken.’

Over de leerpunten: ‘Vreemd genoeg blijken veel deelnemers eindeloos bezig te zijn met het organiseren van bestuursstructuren, en het eindproduct is een rapport. De competentiestrijd tussen ambtelijke bureaucratieën staat vaak centraal. Wie mag wat coördineren? Het woord ‘klant’ komt nauwelijks voor. Maar daarom is de mastercircle pas effectief als de deelnemers er in slagen ook hun bazen te beïnvloeden. Die moeten ook bereid zijn om ook anders te kijken – anders komt het voor dat de propositie van een deelnemer aan zijn baas als een boemerang naar hem terug komt. De deelnemers kunnen zich realiseren dat kritiek op hun baas een gift aan de baas is. Het is aan die baas om die gift te accepteren. Het benoemen van resultaten kan ook vaak veel effectiever. Niet een algemeen beleidsrapport dat pas over twee jaar klaar moet zijn , maar een concreet plan van aanpak over de tijd gespreid met daarbij meetbare deadlines.’

Over het leereffect: ‘Een ‘betere blik naar zichzelf’ is zelfs nog belangrijker dan de inhoud van het werk. De mastercircle helpt de deelnemers om zelfvertrouwen te ontwikkelen en handiger te communiceren en te presenteren. In die communicatie gaat het vaak niet om informatie-uitwisseling, maar veel meer om het bouwen van een verstandhouding. Het is dan belangrijk om je eigen authentieke drive te laten zien, bijvoorbeeld door expliciet te maken wat je zelf wilt. Dan krijg je conflicten ook op tafel in plaats dat ze kunnen doorsudderen. Een mastercircle leert je dat het een spel is met veel meer mogelijkheden dan je dacht. Dit komt doordat de mastercircle zowel over jezelf gaat als over de werkinhoud.’

Over het tweegesprek: ‘Wat er dan in zo’n tweegesprek gebeurt is echt fascinerend. Niet voorspelbaar. Bij het waterbeleid bijvoorbeeld hadden de deelnemers last van hun achterban. Ze hadden dubbele loyaliteit: naar het programma waaraan ze gedetacheerd zijn, en naar de organisatie die ze vertegenwoordigen. Maar ze hebben niet de gewoonte om zich expliciet in te leven in elkaars achterban. Iedereen reageert op een specifieke manier omdat hij zo is ‘ingereden door zijn eigen omgeving’, zonder zich dit bewust te zijn. Ik kan dit in een tweegesprek blootleggen.’

Over de werking: ‘Het succes van een mastercircle ontstaat doordat de kwetsbaarheid van de deelnemers naar boven komt. Iedereen gaat elkaar dan helpen. ‘Open up your vulnerability’. Dan voelen ze zich ook veilig om niet bij ieder idee eerst een ‘oploop’ te organiseren (een informele bijeenkomst van ambtenaren), maar om gelijk, met steun van een (top)manager, naar buiten te gaan. De methode creëert een veilige omgeving met vertrouwelijkheid die stimuleert om verantwoordelijkheid te nemen. Pas dan kan je constructief confronteren. Het komt minder dichtbij dan een coachtraining, maar het is wel een eerste aanzet daartoe. Het komt veel voor dat deelnemers persoonlijke opgaven bij zichzelf ontdekken. De rol van de begeleider is overigens cruciaal, omdat je als master niet voldoende aandacht kan geven aan het overallproces.’

Marijke van Haaren, o.a. gedeputeerde mobiliteit en economie in Gelderland, voormalig wethouder in Ede, voorzitter van de Fietsersbond en van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens:

‘De masterrol is vooral erg leuk. Je kan met zo’n groep wel wat bereiken. De groep kan dan boven de middelmaat uitkomen. Maar de cultuur is helaas dat dit type leiderschap niet beloond wordt. Ze moeten hun motivatie echt uit zichzelf halen. Als master kun je daarbij inspireren, maar de leidinggevende moet ook bij de mastercircle betrokken worden. Ik zie snel wat er gebeurt in een groep, en ik mag uit mijn hart reageren op wat ik zie. De groep krijgt feedback die ze anders niet krijgen, en dat doet ze zichtbaar goed. In de groepen die ik heb gehad ging het om teams met een gezamenlijke opdracht, terwijl hun leden daarnaast ook nog een andere loyaliteit hadden. Sommige leden van het team waren in het begin onvoldoende gecommitteerd waren aan het gezamenlijke resultaat. Dat merkte je al aan de voorbereiding van de mastersessie zelf. Iemand die vond dat de voorbereidende vragen waardeloos waren en daarom de presentatie maar niet goed had voorbereid confronteerde ik met zijn gebrek aan commitment. Ondanks ongetwijfeld een goed intakegesprek met de begeleider onderschatten in deze groep de deelnemers toch wat er in de sessie gaat gebeuren. Ik geef graag concrete suggesties voor wat mensen aan het team kunnen bijdragen. Soms liggen die best voor de hand, maar is het toch lastig om de gegroeide rolverdeling in het team bespreekbaar te maken. Soms pak ik de feedback van de andere deelnemers op. Bijvoorbeeld om te bevestigen dat iemand in zijn presentatie werkelijk ambitie uitstraalde. De overigen gaan zich dan hieraan optrekken. Opvallend was wel dat in deze teams de deelnemers weinig concreet beeld hadden van hun eigen bijdrage aan de groep als geheel. Ik heb daarom geprobeerd om ze te helpen om gestructureerder te werken vanuit explicietere doelen. Ze zijn niet snel van me af.’

Marcel de Rooij, Twynstra Gudde, master bij het Deltaprogramma:

‘Ik heb één keer de masterrol vervuld, voor een groep van het Deltaprogramma voor het IJsselmeergebied. Het was de tweede mastersessie, waarop ‘de omslag’ plaats moet vinden. Het was mijn eerste kennismaking met dit concept, en ik vind het een mooi concept. In de combinatie met de begeleider Wouter heb ik de groep ‘normenloos’ kunnen helpen. Dat wil zeggen, zonder iets te beoordelen als goed of slecht, maar door te vragen naar wat er gebeurt, en hoe ze daarnaar handelen. Dat leidde ertoe dat het nodige in de groep gebeurde. Het is jammer dat je als master niet kan zien waar het uiteindelijk in de echte praktijk toe leidt. Daar ben ik erg benieuwd naar. Het viel me op dat op de een of andere manier de deelnemers erg open waren naar elkaar. Het lijkt mij waardevol voor de Deltacommissaris dat hij hiermee in één keer een overzicht krijgt van het programma. Daar is de vorm goed en krachtig voor; het plaatst de persoonlijke rol en aanpak in een context van wat er in het programma speelt. Het leidt tot een open gesprek, en dat is goed voor Nederland. Het is mooi om daar als master aan bij te dragen. Door de open sfeer kon ik goed doorvragen op de verhalen die ze vertelden. Bijvoorbeeld als ze het woord ‘ik’ niet gebruikten. Soms was ik ook confronterend, met vragen als ‘Klopt het dat je dit niet zegt?’ of ‘Waar sta jij nu?’ Het helpt om dan een sfeer te creëren van ‘Alles mag, als het maar duidelijk is.’ Aan het eind van de sessie confronteerde ik soms met vragen als: ‘Je wilt dit in de toekomst, maar hoe past dat bij wat je in je presentatie vanmorgen zei?’ Zo probeerde ik het persoonlijk te maken.’